Vragenlijst Cultuurtypering Harrison & Handy

Home/Organisatie Cultuur/Vragenlijst Cultuurtypering Harrison & Handy

Theorie van Harrison & Handy en Vragenlijst

Volgens Harrison moet de organisatie rekening houden met tegenstrijdige belangen tussen individu en organisatie. Voor het individu gaat het om zaken als bevrediging in het werk, veiligheid, invloed en economische opbrengsten. Voor de organisatie gaat het om overleven in een dynamische omgeving. Vaak zijn er zowel voor de organisatie als voor de individuen verschillende belangen in het geding, die deels strijdig met elkaar kunnen zijn. De oplossingen die organisaties voor dit spanningsveld van strijdige belangen vinden, bepalen hun cultuur. Harrison onderscheidt de machtsgerichte organisatie, de rolgerichte organisatie, de taakgerichte organisatie en de persoonsgerichte organisatie.

Handy neemt deze typologie over en voorziet de vier typen culturen van godennamen: Zeus, Apollo, Athena en Dionysus:

  •      Zeus symboliseert de patriarch met een charismatische persoonlijkheid.
  •      Apollo is de god van wetten en voorschriften.
  •      Athena de godin van de wijsheid, die uitstekend problemen kan oplossen.
  •      Dionysus symboliseert in sterke mate de individualist.

Typologie van Harrison & Handy

Machtscultuur
Binnen de organisatie met een machtscultuur (Zeus) is er een sterke leidersfiguur. Als een spin in het web bestuurt hij de organisatie. Hij kiest trouwe medewerkers om zich heen, waarin hij zich herkent. De meeste medewerkers doen hun best meer centraal in het web te komen. Dit kan gepaard gaan met intriges en machtsspelletjes. De organisatiecultuur kenmerkt zich door het feit dat er weinig regels zijn. Het individu is belangrijk en men is zelfbewust. Deze cultuur is te vinden in kleine en beginnende bedrijven. Een voorbeeld is een familiebedrijf waar de directeur (eigenaar) alle touwtjes in handen houdt en over alles beslist. De machtscultuur wordt gesymboliseerd door een spinnenweb, waar alle draden samenkomen. Zonder de spin worden geen beslissingen genomen, en regels of procedures kunnen alleen met diens goedvinden worden genegeerd. Dit soort organisaties probeert zowel de omgeving als de eigen medewerkers te beheersen. Macht en invloed heeft men op basis van de functie.

Rollencultuur
De rollencultuur (Apollo) lijkt op een Griekse tempel met zuilen. De basis wordt gevormd door regels, afspraken, procedures en de hiërarchie. De zuilen kunnen model staan voor de verschillende functies en/of afdelingen. Wanneer het werk volgens de juiste regels en procedures gedaan wordt, wordt dit als juist en efficiënt ervaren. Personen zijn niet zo belangrijk. Het gaat veel meer om de rol en de status die iemand heeft binnen de organisatie. Rol en status zijn belangrijker dan prestatie. Deze cultuur is te vinden in grote, bureaucratische organisaties. Bij een Griekse tempel komen de verschillende zuilen bovenaan samen in het dak. Bij de rollencultuur komen alle rollen en functies binnen een organisatie bovenaan samen alwaar ze gecoördineerd worden. De rollencultuur wordt daarom vaak gesymboliseerd door een Griekse tempel. Procedures en regels zijn een belangrijk houvast, evenals de hiërarchie en de correcte omgangsvormen. Macht en invloed zijn met name afhankelijk van je positie in de tempel. Erg flexibel zijn dit soort organisaties niet.

Taakcultuur
Organisaties met een taakcultuur (Athena) benadrukken taakgerichtheid en deskundigheid. Het management moet in staat zijn problemen goed op te lossen. Resultaten zijn belangrijker dan regels, machtsverhoudingen of persoonlijke behoeften. Deze taakcultuur is te vinden in kleine organisaties die voor een gemeenschappelijk doel zijn opgericht. Onderzoeksteams, kleine welzijnsorganisaties en bedrijven met een hoog risico hebben deze cultuur. Teamwork is belangrijk en mensen moeten goed kunnen samenwerken in kleine los-vaste werkeenheden. De taakcultuur wordt gesymboliseerd door een netwerk en stelt het bereiken van resultaten voorop. Het doel heiligt al gauw de middelen, procedures moeten nuttig zijn. Macht en invloed krijg je door deskundigheid, toewijding en succes.

Personencultuur
In de personencultuur (Dionysus) staat het individu op de voorgrond. De organisatie is er voor de medewerkers en niet omgekeerd. De manager is de gelijke van de medewerker (primus inter paris). Lid zijn van het management geeft geen hoge status. Leidinggeven moet nu eenmaal gebeuren (de tent moet draaien). De cultuur kenmerkt zich door weinig regels en procedures. Groei van de organisatie is geen belangrijke doelstelling. Voorbeelden van met een personencultuur zijn professionele organisaties met hoogopgeleide medewerkers en een geringe omvang, zoals adviesbureaus, advocatenkantoren en maatschappen. De personencultuur stelt de behoeften van medewerkers centraal. De organisatie is een middel om de eigen doelen te bereiken. Hiërarchie is weinig aanwezig of gewenst. Macht en invloed krijg je hooguit door persoonlijkheid, expertise en uitzonderlijke prestaties.*

U kunt op de volgende link klikken om de vragenlijst te downloaden (vragen zijn letterlijk vertaald vanuit de Engelse vragenlijst): Vragenlijst Harrison & Handy

U kunt meer specifieke informatie vinden in de aanbevolen literatuur in de linker sectie van deze pagina.

*Bron: Handy. C. ‘Understanding Organizations’, Penguin, 1993 & 1999. Harrison, R. ‘Understanding your organization’s character’, Harvard Business Review, 1972 & ‘When power conflicts trigger team spirit’, 1972 & 1983